Thailand 2006 de Rondreis

Thailand de rondreis

Na lang wikken en wegen hebben we besloten om naar Thailand af te reizen. We hebben een rondreis in overleg met Green Wood Travel, Bangkok, samengesteld die ongeveer 75 dagen gaat duren.
Thailand is altijd wel een bestemming geweest die we wilden bezoeken. Maar door het grote succes van onze reizen door Australië is een bezoek aan Thailand achterwege gebleven.
Maar medio 2005 bij het bepalen van het reisdoel voor het voorjaar van 2006 viel de keuze op Thailand.
We wilden geen “strandvakantie”. Het zou een rondreis moeten worden. Het liefst hadden we dit op de manier gedaan zoals we Australië hebben verkend, maar helaas is Thailand nog niet zover dat je er gemakkelijk met een camper kunt reizen. Na veel uitzoeken en overleg hebben we besloten om een privé rondreis te maken.

1e dag, dinsdag 31 januari 2006
Vandaag is onze reis naar Thailand dan begonnen. Van ochtend natuurlijk vroeg opgestaan, te vroeg, maar dat kan niet anders. Je moet tegenwoordig, vooral voor een internationale vlucht, zeker 3 uur voor vertrek inchecken. Het is dus veel wachten. Het beste is je daarbij neer te leggen, wat we dan ook gaan doen.
De rit met de taxi naar Schiphol ging voortvarend. Deze taxi was op tijd in tegenstelling met onze ervaringen in het verleden. Omdat we tijdig op Schiphol waren ging het inchecken ook snel. De douane afhandeling ging ook snel en nu zitten we dus te wachten op het vertrek. Een vertraging van een half uur hebben we al opgelopen en hopen maar dat het hierbij blijft. In elk geval hebben we veel zin in deze vakantie of eigenlijk deze rondreis.
Helaas is de vertraging opgelopen en zijn we pas om tien voor twee in plaats van tien over één vertrokken. Maar in elk geval de grote reis naar Thailand is begonnen.
2e dag, woensdag 1 februari 2006
Dinsdagmiddag, in het vliegtuig, tegen zes uur Nederlandse tijd hebben we de klokken zes uur vooruit gezet en toen was het opeens woensdag 1 februari 2006 en nog ongeveer zes uur te gaan.
Eva Air Evergreen De Luxe is een klasse tussen Business en Economy in en biedt o.a. meer beenruimte dan de laatste. Het was wat dat betreft een prettige reis. Het eten was ook goed, zelf Noodles uit een bakje smaakte bijzonder goed. Met veel garnalen en krab. Deze Noodle- soep (een bamisoep) kwam uit Taiwan, thuisbasis van Eva Air, en heeft ons een voorproefje gegeven van het lekkere eten. Dit kan wel een gevaar voor het menselijke gewicht betekenen, we moeten dus oppassen.
Het is een beetje raar, maar we vinden een heenreis naar het oosten altijd korter duren dan de terugreis. Na een rustige reis, waar af en toe wel over wat keien werd gereden, zijn we om kwart over zes in de morgen op Bangkok International Airport geland. Immigratie en douaneafhandeling gingen vlot. Bij de Immigratie werd je wel gefotografeerd. Nog overwogen om te vragen hoe het met de privacy gaat, maar hebben daar toch maar van afgezien.
Buiten de luchthaven stond de chauffeur van het reisbureau op ons te wachten. Na een hectische rit met hoge snelheden over de tolweg zijn we tegen acht uur in de ochtend in het Prince Palace Hotel aangekomen. We hebben een kamer gekregen op de 24e verdieping.
We hebben tijdens de autorit een kleine impressie van Bangkok gekregen en je moet er niet aandenken dat je hier moet wonen, hoewel alles dan wel went. Het krioelt er van de auto’s, ogenschijnlijk gaat alles kris kras door elkaar, maar zoals in vele Aziatische steden lost de verkeerschaos zich van zelf op.
We gaan nog even een uurtje slapen om daarna naar het reisbureau te gaan en de directe omgeving van het hotel te verkennen. We zitten wel midden in het China Town van Bangkok, dat denken we.
Tegenover het hotel bevindt zich de grootste kledingmarkt van Bangkok. Het is een groothandel, dus één broekje (voor in de branding) kopen is niet mogelijk. We hebben dit verkend en het is om gek te worden. Je kunt hier als particulier ook niet kopen, maar eigenlijk is het een grootmarkt. Je hebt winkels met alleen spijkerbroeken, blauwe. Het blauw komt je helemaal tegemoet! Winkels met alleen kinderkleding en ga zo maar door. Het aanbod is zo verschrikkelijk groot dat het je duizelt. We hebben dan ook maar niets gekocht, misschien doen we het nog wel.
Tijdens het bezoek aan ons reisbureau hebben we wat afspraken gemaakt voor de komende dagen. Morgen gaan we om 08:00 uur beginnen aan een dagtocht die ons voert naar Ayutthaya, één van de voormalige hoofdsteden van Thailand. Dan gaan we naar het Bang Pa-In Palace, het zomerverblijf van de voormalige Thaise Royalty. Dan bezoeken we 3 Wat (s) (of is Watten?) (tempels) en in de middag gaan we terug naar Bangkok via de Chao Phraya River in een air-conditioned River Sun boat. Op deze Sun River boat hebben we dan ook nog een buffet lunch.
Dan hebben we de komende dagen een “stadswandeling” (een flinke) in het oude Bangkok om dan een paar bezienswaardigheden te bekijken. Een fietstocht staat op het programma en een bezoek aan het Lumphine park gaat ook nog gebeuren.
Het nu tegen één uur in de middag, we gaan nog even rusten en gaan dan vanmiddag weer op stap.
Tegen half vier zijn weer op stap gegaan, nu naar het MBK Center (Mah Boon Krong). Dit is een grote toren waarvan de 3e en 4e etage bevolkt wordt door counters (een counter is een winkel). Niet zomaar winkels, maar hoofdzakelijk winkels in mobile telefoons. Van de hoeveelheid word je helemaal stapel gek, zoveel zijn er. Alle bekende merken natuurlijk. Hier hebben we onze GSM simlock vrij laten maken en hebben een Thaise Simcard gekocht. Kosten voor het simlock vrijmaken + sim card met 6 Euro beltegoed: nog geen 22 Euro. Belkosten 24 uur voor 2 Eurocent. De trip naar het MBK center was ook bijzonder. Je gaat niet met de taxi, laat staan met de bus. Het straatverkeer staat onherroepelijk in de file en dat kost veel tijd en veel geld als je met de taxi gaat. In Bangkok hebben ze Klongs (kanalen) en daar varen boten op. Die langwerpige met een ontzettend grote automotor. De brandstoftank kunnen ze niet onder de boot hangen, dus de drumvaten met brandstof staan gewoon tussen de passagiers. Ze leggen bij een pier aan en dan moet je razend snel instappen, de boot deinst dan nog in het water en gaat ten opzichte van de kade op en neer. Af en toe is het verschil best hoog. Er is geen instapdeur of zoiets, van de kade over de reling van de boot instappen. Niet lang wachten want ze rijden, varen dus, zo weer weg. Time is Money! Een rit kost nog geen vijfentwintig Eurocent, hoe lang of hoe kort dat maakt niets uit. Dwars in de boot zijn zitbanken aangebracht waarop je kunt zitten en natuurlijk zoveel mogelijk banken. Je zit dus met je knieën tegen de leuning van de rij voor je, vooral de toeristen met hun lange benen hebben het moeilijk. Omdat de halteplaatsen zowel links als wel rechts van de boot liggen, moet je in het beroerdste geval langs iedereen. De Thai kennen dit en gaan dan staan, maar de toeristen weten het gevaar van blijven zitten niet, met gevolg dat je een grote laars met nogal groot gewicht op je tenen krijgt. Zo snel als je erin moet, zo snel moet je er ook uit. Het mooiste is, dat (van de Thai) iedereen dit proces kent en niemand tegen elkaar botst, behalve dan de toeristen.
Na terugkomst hebben we maar in het hotelrestaurant gegeten, voor ca. 15 Euro (Zeebaars).
We gaan vroeg naar bed, want morgen worden we om 06:30 uur opgehaald.
3e dag, donderdag 2 februari 2006
Het was vandaag vroeg op. Om half zeven werden we opgehaald en naar het Riverside Hotel gebracht waarvandaan we met een bus in groepsverband een trip hebben gemaakt naar Bang Pa-In en naar Ayutthaya. Deze twee plaatsen liggen op ongeveer 60 km ten noorden van Bangkok.
In Bang Pa-In hebben we de tuinen van de Koninklijk Paleis bezocht of beter gezegd we hebben er doorheen gewandeld. Mooi aangelegd en goed onderhouden tuinen met veel bougainville. De wandeling werd opgevrolijkt met Jazz muziek die overal in de tuinen klinkt. Waarom Jazz muziek? De huidige Koning is een liefhebber van Jazz muziek en is een niet onverdienstelijke klarinetspeler. Vandaar!
In Ayuthaya hebben we een paar Wats (tempels) bezocht. Aan ieder Wat kleeft natuurlijk een geschiedenis die te maken heeft met de rijke historische van Thailand. De meeste Wats hier zijn beschadigd en dat heeft weer te maken met de oorlogen die destijds gevoerd werden. Ook overstromingen van de rivier heeft de ondergrond van menig Wat aangetast, zodat deze nu een beetje scheef staat. De Wats die we bezochten zijn: Wat Maha That, Wat Na Phra Mane en Wat Lokayasutharam.
Na drie Wats en een liggende Boeddha bezocht te hebben werden we naar de Chao Phraya rivier gereden, waar we aan boord zijn gegaan van een pleziervaartuig om te genieten van een River Sun Cruise met buffet.
Tijdens het buffet kwamen aan onze tafel een echtpaar te zitten die uit Brisbane, Australië afkomstig zijn. We hebben natuurlijk met hen over Australië zitten praten.
Verder was het buffet heerlijk en het uitzicht vanaf de Chao Phraya River op de Skyline van Bangkok was ook de moeite waard.
Tegen vijf uur in de middag meerde de River Sun Cruise boot weer af bij het punt waar we met de bus zijn vertrokken. Na hartelijk afscheid te hebben genomen van onze Australische “vrienden” zijn we met het kleine busje weer naar ons hotel gebracht. Een geslaagde maar vermoeiende dag door een stukje Thailand historie.
We zijn net terug van een straatje om. Het is nu 21:00 uur. Geen één taxi chauffeur of Tuktuk driver snapt dan niet dat we even alleen de benen wilt strekken, ze willen maar dat je in hun voertuig stapt!
Maar op deze wandeling hebben we een Internet Café ontdekt. Er staan 12 computers en alleen maar jongentjes zitten er achter, allemaal te gamen (spellen spelen). Een Thaise mevrouw leidt de zaak. Voordat we dit Internet hok hadden ontdekt, hebben we aan een voorbijganger gevraagd of hij Engels spreekt. Hij kijkt ons met een uitdrukkingsloze blik aan en zegt niets. Op mijn vraag “Internet?” komt hij tot leven en weet de weg.
Dus op deze manier hebben we de gamende kids gevonden. Aan de mevrouw hebben we gevraagd of ze Engels spreekt. Ze kijkt me alleen glimlachend aan. Ik heb dat maar opgevat dat ze dan wel iets begrijpt in het Engels. Ik leg haar uit dat ik met mijn Notebook bij haar in de zaak op het Internet wil. Ze vertrekt geen spier, maar pakt de telefoon. Zegt wat in de hoorn en ik krijg de bewuste hoorn in de hand gedrukt. De andere kant spreekt en begrijpt Engels en ik kan mijn verhaal doen. Ik moet de hoorn aan de mevrouw teruggeven. Er volgt een riedel Thaise klanken, ze roep één van de kids die het telefoongesprek verder voert. Hij luistert, kijkt tijdens het gesprek mij aandachtig aan en legt de hoorn neer. Zegt wat tegen de mevrouw en er wordt van een computer de netwerkkabel losgetrokken. De mevrouw toont mij met een zekere triomf in haar blik deze kabel. Iedereen blij, ook ik, maar dan moet ik uitleggen, dat ik niet nu op het Internet wil, maar morgen. Maar dat wordt snel begrepen, want ze hebben een klant erbij. Glimlachend en buigend met de handen voor onze borst gevouwen nemen we afscheid. Het zijn schatten, vind je niet?

4e dag, vrijdag 3 februari 2006
Dit is de dag van de fietstocht. Voor het verslag hiervan moet je hier klikken.

5e dag, zaterdag 4 februari 2006
Vandaag zouden we niet veel doen, maar daar is niet veel van gekomen. We zijn toch maar, te voet, naar een paar hoogte punten van Bangkok gegaan. Na de kaart goed bestudeerd te hebben dachten we dat we wisten hoe we moesten lopen. Het is wel zou dat op de kaart die je als toerist gratis van het reisbureau krijgt niet alle straten opstaan, alleen maar de hoofdstraten. Dus dit geeft al de nodige problemen met het zoeken naar de goede route.
Maar het begin ging goed, maar wel hadden we ons al een klein beetje in de afstand vergist. We staan op een grote 6-sprong (of wel meer) en het puzzelen begint. De kaart uitvouwen, omdraaien, nogmaals omdraaien en nog niet vinden waar we heen moeten. Spreekt een alleraardigste Thai meneer ons in redelijk goed Engels aan. Met natuurlijk de vraag waar we vandaan komen (Holland, zeggen wij. Zegt hij: Oh, Amsterdam). Maar hij wijst op de kaart waar we zijn en wat we allemaal moeten zien. Doet dan een heel verhaal over een promotie campagne van de regering om het voor de toeristen aantrekkelijk te maken om in Thailand te verblijven. Vandaag, zaterdag 4 februari is het een Thaise feestdag en ter gelegenheid daarvan kost ieder Tuktuk-rit maar 40 Baht Ongeveer 90 Eurocent). Je moet wel bepaalde bezienswaardigheden bezoeken, daar krijgt de Tuktuk-man een bon voor gratis benzine. Je moet ook bepaalde winkels (kleermaker, edelstenen, etc) bezoeken die aan die regeling meewerken. De Tuktuk-man krijgt daar dan ook een bon. Als je een pak zou kopen dan krijgt de Tuktuk-man over die aanschaf van de kleermaker een bepaalde provisie. Deze regeling geldt alleen voor vandaag en ook alleen als je je met een Tuktuk met een gele nummerplaat laat verplaatsen. Deze Tuktuks worden bereden door een Thai, dus niet met de andere gekleurde nummerborden, die zijn van Chinezen, Indiërs, noem maar op. Over discri….gesproken.
Terwijl wij het hele verhaal van de aardige Thai aanhoren stop een Thai Tuktuk. De aardige meneer legt de Tuktuk-man uit waar hij ons naar toe moet brengen en wij stappen in.
Het wordt een rit om nooit te vergeten. Hoe deze Tuktuks door het verkeer razen is angstaankwekend. We kijken elkaar verbouwereerd aan en hopen dat het allemaal maar goed zal gaan. Je hebt natuurlijk al het nodige gehoord over dit vervoer, maar als je dit zelf meemaakt is het toch heel anders. Met de gedachte dat ons niet iets zal overkomen ondergaan we de rit. Deze Tuktuks schijnen zich weinig van de verkeerregels aan te trekken, ze laveren door het verkeer heen en wisselen net zo gemakkelijk van baan. En scheuren dat ze kunnen, het is in het Bangkok, waar bijna altijd files staan, het snelste vervoer. Maar ook het milieu onvriendelijkst. Wat wij allemaal aan verkeerde stoffen hebben moeten inademen is niet weinig geweest. Maar een Tuktuk rit blijft een verschrikkelijk leuk en spanend avontuur.
De Tempel van de Staande Buddha, Wat Intrawihan, is het eerste object wat we bezoeken. Hier staat een Buddha, goudkleurig, wel 45 meter hoog. Je moet je beetje veraf gaan staan, anders krijg je een behoorlijke stijve nek bij het omhoog kijken. Deze Buddha heeft ook ontzettend grote voeten, moet wel anders blijft die niet staan. De Buddha is behangen met gele lappen ter gelegenheid van de feestdag.
Het tweede object is de Wat Makutkasattriyaram of te wel de Tempel van de Zwarte Buddha. Als vrouwen zonen willen baren, brengen ze een bezoek aan deze tempel en de wens moet dan uitkomen. Een bezoek een deze tempel doe je dus weloverwogen. Het bijzondere is, dat de Buddha niet zwart is, maar gewoon goudgekleurd.
Ons derde bezoek is een aan Tailor (kleermaker). We stappen binnen en de eigenaar, van Indiase afkomst, groet ons allervriendelijkst en kijk mij verbaasd en iets geschrokken aan. Hij verontschuldigt zich en zegt dat ik sprekend op Gandhi lijk. Hij hoeft zich niet te verontschuldigen, want het is toch zo!? Hij is nog steeds verbouwereerd en begint helemaal niet te praten over het maken van een pak of zo. Vraagt waar wij vandaan komen (wat er nu komt dat weet je al) en ik vraag hem of hij Amsterdam kent. Nee , zegt de man. Dat is heel jammer, zeg ik. Want als je in Amsterdam bent dan moet je als kleermaker naar de PC Hooftstraat gaan en bij Oger een kijkje nemen. Hij vraagt of ik dit allemaal wil opschrijven en daar ben ik niet te beroerd voor. Ik zeg hem, dat ik vind dat ik niet op Gandhi lijk en ik zeker ook niet zijn wijsheid in pacht heb, maar ik hem toch een lang en gezond leven en nog veel goede succesvolle zaken toewens! Hij neemt mijn hand en wenst mij het zelfde. Wij gaan het pand al zwaaiend naar hem en al het personeel uit, stappen in de Tuktuk, zwaaien nogmaals en tuffen verder. Wij hebben geen kleren laten maken.
Het vierde bezoek is aan de Wat Samphaya. Deze tempel verschilt niet van de andere tempels met uitzondering dan dat er een lachende Buddha te zien is. Dit is bijzonder want deze Buddha glimlacht een beetje, terwijl de andere Buddha’s een strak gezicht tonen. Hier ontmoeten wij een Thaise jongen met de naam Pong en een Engelse jongen die Dean heet. Leuk gesprek gehad, de Thai is in Thailand geboren en werkt nu al enge jaren in Engeland. Hij beveelt ons een edelstenen zaak aan en na de glimlachende Buddha en de boys gegroet te hebben reizen we per Tuktuk verder. We komen in de edelstenen zaak, heel sjiek en keurig, maar helaas de blauwe saffierstenen zijn rondom gezet, wat we niet willen hebben. We komen dus met lege handen na 5 minuten al buiten. We hebben niet in de gaten dat de Tuktuk-man een beetje sip kijkt. We rijden verder en plots stop de Tuktuk. De man buigt zich achterom en verteld heel beleefd in goed gebroken Engels, dat we minimaal 10 mintuten in de zaak moeten blijven om hem een bonnetje te bezorgen. We hoeven nog niet eens iets kopen. Nou, sorry, dat hadden wij niet zo begrepen, maar beloven beterschap. Maar de Tuktuk-man is slimmer dan wij. Hij heeft dus begrepen dat wij opzoek zijn naar iets en na een kort vervolg van de rit staan wij plots voor de volgende edelstenen zaak. Nou, vooruit maar, wij gaan naar binnen met de belofte dat we minsten 10 minuten binnen blijven. Wij worden allercharmantst door een gastvrouw ontvangen en zij loodst ons handig en knap langs wat vitrines en ondertussen overlaadt ze ons met complimenten. Dit proces heet: inpakken! We vinden iets wat we mooi vinden en na wat gegoochel met de rekenmachine is de koop gesloten. De ring moet nog even op maat worden gemaakt en met iets aan de vinger en een leegte in de portemonnee vertrekken we verder met de blij glimlachende Tuktuk-man.
Volgende stop is de Wat Saket die op een heuvel staat. We moeten dus veel trappen lopen. We gaan het proberen. De Tuktuk-man zegt dat hij 30 minuten zal wachten. Met toch iets van zullen we het wel doen beginnen we aan de trappen. Hebben helemaal vergeten te tellen, maar het valt reuze mee. Voordat we weten zijn we boven. Hebben een groots uitzicht over Bangkok, alleen is het heiig, wat voor Bangkok niet abnormaal is. Na alles gezien te hebben aanvaarden we de terugtocht. Ook dit trapafwaarts lopen valt mee en wij zijn net 30 minuten weggeweest. Beneden aangekomen te zijn staat onze Tuktuk er niet. Geen paniek denken wij, hij zal wel even weg zijn en zal zo terug zijn. Maar een ander Tuktuk-man (met een andere kleur nummerbord) weet ons te vertellen dat onze man niet terugkomt en dat hij naar de edelstenen zaak is gegaan om zijn provisie te innen en dat hij daarmee goed verdient zal hebben. We kijken verbaast, hij was nog wel zo’n aardige Tuktuk-man. In eerste instantie geloven we dit verhaal niet, natuurlijk broodnijd. We wachten een kwartier en wennen aan het idee dat hij inderdaad niet meer terugkomt! We zijn wel teleurgesteld!
Het uitzoeken op de kaart begint weer, want we moeten nog wat dingen zien. Wat ons dan wel opvalt, is dat de Thai die zijn boterham aan de toerist moet verdienen heel erg in je geïnteresseerd is. Totdat hij merkt dat hij van jou niet veel wijzer wordt. Ze draaien zich meteen om en zijn verdwenen. Maar geeft niets, wij laten ons niet kisten. We kennen deze mentaliteit nu en zijn op het moment dat wij aangesproken worden voorzichtiger en proberen snel te weten te komen wat we willen en zegen: het gaat goed met je!
Zo lopen wij van deze laatste stop naar de Wat Prakaeo, de tempel van de Gouden liggende Buddha. Een gigantisch grote liggende Buddha. Of je het mooi vindt? Smaken verschillen.
We lopen daarna naar de oever van de Chao Phraya River om een foto te maken van de Wat Arun, de tempel van de Dageraard, die aan de overzijde van de rivier staat.
We missen de Tuktuk wel, maar hadden geen zin meer om in een andere te stappen. We hebben wel veel gelopen, maar hebben ook nog wel op bankjes gezeten.
Omdat de voeten en de kuiten niet meer willen, besluiten we, na inname van een flink glas vers geperste sinaasappelsap, om een taxi te nemen en naar huis te gaan. Het was inmiddels twee uur in de middag en bloedheet. Dat weten de taximannen dus ook, want er werd niet meer op de meter gereden, maar er moest een prijs worden afgesproken. De vraagprijs (200 Baht) was wel stevig boven ons bod (100 Baht). Dat spel kennen de Tuktuk-mannen en wachten rustig af. Nadat de taximan kwaad was weggereden stond er opeens een Tuktuk voor ons neus. Hij vroeg 150 Baht, maar ging op ons bod van 100 Baht wel in. Weer dus een zenuwslopende rit, maar het ging wel snel. Deze Tuktuks zijn meester in het laveren tussen het verkeer, ze staan bij een stoplicht bijna altijd vooraan. We waren wel blij dat we thuis waren en van de zenuwen of dankbaarheid heb hem maar 20 Baht fooi gegeven.

lees verder