Maleisië 2000

Maleisië

In 2000 hebben we reis gemaakt door Sabah en Sarawak. Dit zijn 2 provincies in Maleisië die op het eiland Kalimantan (Borneo) liggen. Dit hebben we gedaan en meegemaakt:
SABAH en Sarawak in Oost Maleisie op het eiland Kalimantan (Borneo)
Oost Maleisië op het eiland Kalimantan (Borneo) is onze eerste grote reis geweest naar een land in Azië. Wij hebben de provincie Sabah in het noorden bezocht en hebben daar een rondreis gemaakt. We zijn in het Mount Kinabalu National Park geweest, bij de Hot Springs, Sandakan, het eiland Libaran, het Turtle Island. Verder zijn we in het Sukau Lodge geweest aan de oevers van de Kinabatangen River. Hebben ook wat tochten gemaakt door het rainforest bij de Mount Kinabalu en op de oevers van de Kinabatangan River.

De provincies Sabah en Sarawak liggen in het noord westelijk deel van het eiland Kalimantan (Borneo). Op dit eiland vinde je ook het sultanaat Brunei. Het verdere deel van Kalimantan behoort tot Indonesië.
Maleisië kent meer dan 30 etnische groepen, waarvan de meeste groepen in de staten Sabah en Sarawak leven. De grootste etnische groep van Sabah bestaat uit de stammen van de Dusun of Kadazan. Daarna komen de Muruts, bergbewoners die als laatste het koppensnellen hebben afgezworen. Verder vind je er nog de Rungu met hun prachtige gedraaide armbanden en zwarte gewaden.
De groep Maleisiërs afkomstig uit China is groot en beheerst voor een groot deel het economisch leven.
Het land is vol van zeer gevarieerde tradities. De Orang Asli, de oorspronkelijke bewoners van Maleisië, die een deel van hun eeuwenoude tradities hebben kunnen bewaren. Hierna komen de Maleisiërs, die voortbouwden op de tradities van het land en van de zee, maar ook open stonden voor invloeden van elders.
Maleisië – Van Kota Kinabalu naar Hot Springs
Zaterdag 8 april 2000
08.00 uur zijn wij met taxi naar Schiphol vertrokken, om 12.00 vertrokken met MH 17 Malaysian Airlines naar Kuala Lumpur
Zondag 9 april 2000
06.50 uur aangekomen op Kuala Lumpur en om 09.50 uur verder vertrokken met MH 708 naar Kota Kinabalu op Sabah, Om 12.25 uur aankomen op KK.
Op vliegveld afgehaald door een medewerker van Wildlife Expeditions (bordje met onze naam). Transfer naar het Magellan Sutera Resorts & Safaris hotel.
Zijn ‘s-avonds naar de stad geweest en hebben op een overdekte markt heel erg lekker gegeten.

Maandag 10 april 2000
Vrije dag in Kota Kinabalu – zijn bij de swimmingpool gebleven en hebben decadent aan de pool exclusief voor weinig geld geluncht.

Dinsdag 11 april 2000
Op de derde dag van ons verblijf werden wij heel vroeg (07.00 uur) door onze gids AeGee opgehaald. Hij heet eigenlijk niet AaGee, zijn ware naam is Anthony Godfrey Lo Jr. en is van Chinese afkomst. Bij zich was de chauffeur Suda Bin Siraing, noemt zich Michel G. Fox, met een auto waarmee wij de reis zouden beginnen. Als je naar deze twee namen kijkt, dan verwacht je niet veel. Maar het tegendeel is waar. AaGee bleek een uitermate goed geïnformeerde gids te zijn en Michel een goede chauffeur.
De eerste korte tocht ging naar Tanjung Aru, iets buiten Kota Kinabalu waar wij op een oud treintje richting Beaufort zijn gestapt. Beaufort ligt 2 uur treinen zuidelijker van Kota K. en de reis voert langs de kust. Het is een heel oud spoor wat aan het schudden en piepen van de wagons te voelen en horen is.
Houten bankjes en gezellig met de hele familie erbij. Geen ramen meer, dus heerlijk de wind verkoeling laten blazen. Dit deel van Sabah is vlak en nogal bewoond. Los staande huisjes op palen van hout opgetrokken. Geen duidelijk patroon van rijtjes huisjes, een beetje hier en een beetje daar. De charme van dit soort landen.
Wat ons opvalt is dat er veel water op het land ligt. De grond is hier niet dik, een paar tientallen centimeters dik en daaronder rots. Dus bij veel regen blijft het water gemakkelijk staan. Daarom ook zijn de huizen op palen, o.a. tegen hoogwater, gebouwd.
Een gesprek valt niet te voeren, het piepen en het schuren van de wielen op het bijna honderdjarige spoor beletten dit. Is ook niet erg, wij genieten meer van het uitzicht. Veel groen, kokospalmbomen, bamboe en dichte begroeiing tussen de huisjes.
Deze gevarieerde tocht heeft ons laten zien hoe de bevolking op het platteland van Sabah leeft. Met deze treintocht hebben wij op een bijzondere manier kennis gemaakt met de uiteenlopende geuren en smaken van het achterland.
Deze mooie, twee uur durende tocht heeft ons door ongerepte jungle met schitterende vergezichten gevoerd.
Beaufort is een druk klein plaatsje met veel mensen. Weinig auto’s, veel mensen te voet. Het meest aanwezige mechanische vervoermiddel is de bromfiets. Hierop wordt letterlijk alles op de bromfiets meegenomen. Pa aan het stuur, ma achterop, voorop bij pa een kind staand en bij ma op haar schoot nog een ander kind. Hoe zo gevaarlijk? Pa draagt alleen een helm, hij is dus de kostwinner.
Na aankomst in Beaufort hebben wij een kijkje genomen in de oude winkelpanden, die in verband met de regelmatig terugkerende wateroverlast op hoge palen zijn gebouwd
Vanuit Beaufort loopt een meer dan honderd jaar oude, slingerende spoorweg naar Tenom. Oorspronkelijk was het spoor gebouwd ten behoeve van de rubberproductie, maar tegenwoordig wordt het uitsluitend gebruikt voor personenvervoer tussen Tenom en Beaufort. Te midden van traditioneel geklede leden van de plaatselijke stammen met hun kippen en geiten, reisden wij mee met deze trein.
Op het station in Beaufort, een station heet daar Stesen (van het Engelse station) stappen wij over op het treintje naar Tenom. Twee uur rijden door de kloof waar de Padas rivier doorheen stroomt en ligt landinwaarts in de bergen.
Dit treintje steunt en kreunt, schudt, piept zich een weg naar boven. Schitterend uitzicht over de Padas rivier richting Crocker gebergte. Een ruig landschap met de woeste Padas-rivier aan de ene zijde en ongerepte jungle aan de andere kant.
De rivier is hier en daar breed, maakt eigenzinnig zijn eigen bochten, waardoor hele stukken rivier waar eerst de bocht lag nu droog liggen. Het water stroomt er snel, rafting wordt hier dan ook veel gedaan. Deze gehele treintocht is een bijzondere ervaring, op harde bankjes, de wind die verkoeling brengt, plaatselijke bevolking die je even aankijkt en zich afvraagt wat die hier moeten, maar dan je vriendelijk lachend als het ware “welkom” toeroepen.
Tenom is het centrum van de Murut-gemeenschap en wordt omringd door longhouses. Jonge Murut-krijgers gaan nog steeds met een blaaspijp de jungle in om wild te vangen. Typisch voor de Murut zijn de enorme trampolines in hun longhouses.
Als wij uiteindelijk in Tenom aankomen staat Michel met de auto en bagage op ons te wachten. AeGee stelt voor de lunch in een plaatselijk eethuisje te gebruiken. Na een paar gekeurd te hebben, hij is verantwoordelijk voor ons, wordt een keus gemaakt. Een druk eethuis waar veel lokale mensen de lunch gebruiken. Een balie met een vitrine waar het eten uitgestald staat. Je maakt je keus en het bestelde wordt op tafel gebracht. Als je van Indonesisch eten houdt dan is dit the place to be. Heerlijk, vooral de gebakken vis en de lalapan kankung (een typisch groenten gerecht uit de tropen, kankung is een snel groeiende groente).
Het Crocker gebergte maakt de afscheiding tussen de kuststreek en het hoger gelegen binnenland en loopt parallel met de kust. Wij rijden nu aan landzijde naar Keningau, het centrum van de houtindustrie, die nu inmiddels van veel mindere betekenis is dan voorheen. Men heeft de houtkap drastisch teruggebracht.
Wij hebben overnacht in het op een heuvel gelegen middenklasse hotel Perkasa in Tenom.
Wij slapen in het Hotel Perkasa in Tenom, met lunch en diner.
Na de lunch gaan we op bezoek bij een familie van de Murut stam. Tot nog niet zo lang geleden hielden de Muruts zich nog met koppensnellen bezig. Ze houden zich nu een beetje rustig. Wij verzamelen ons in het Longhouse wat nu de functie heeft van ontmoetingplaats voor leden van de stam. Voordat we het goed weten zijn wij omringd door een schare kinderen. Allemaal met die iets platte neusjes en grote ronde zwarte ogen. De huidskleur die ik herken, het lijkt wel familie. Als Marina de meegebrachte kleurpennen, snoepjes en andere spulletjes uitdeelt wordt ze haast door de kinderen bedolven. Iedereen wil wat hebben en gelukkig hebben we voldoende, al het meegebrachte is op.
Langzamerhand zijn de ouderen er ook bij gekomen en ook de Iban, het opperhoofd. Hij blijkt Iban-vut te zijn, gezien zijn leeftijd is hij niet meer het actieve opperhoofd. Hij draagt bij zich het zwaard waarmee hij in zijn jongere jaren menig kop heeft gesneld. Inkervingen laten zien hoeveel: 9 stuks!
Aan het handvat hangen wat mensenharen, afkomstig van die gesnelde koppen dus. Je staat er een beetje vreemd tegenaan te kijken en je hoopt maar dat hun vut-regeling het snellen van koppen verbiedt.
Marina heeft voor een van de vrouwen nog een lippenstift. Verlegen wordt dit aangenomen en een gulle glimlach krijgt ze als dank. We nemen afscheid en onder oorverdovend bye-bye gaan wij verder.
Wij bezoeken nog wat rubber-, koffie en cocaplantages en gaan naar het hotel om in te checken. ‘s-Avonds ben ik nog even langs het Cybercafe gegaan.
Woensdag 12 april 2000
In de omgeving van Keningau bezoeken wij in de motregen het Agricultural Research Station. Als eerste gaan we naar het Tropical Crop Museum. Hier zien we verschillende vruchten die nieuw voor ons zijn, reuk die we niet kennen en bijzondere smaken. Ik zie veel fruitbomen uit mijn geboorte land Indonesië, ik proef weer vruchten die ik al jaren niet meer heb geproefd. Nog nooit gehoord van de vrucht die naar drop smaakt of van de vrucht Amazing Custard, met puddingachtig vruchtvlees.
Een verslag van een reis door Sabah, Malaysia. Deel I – pagina 4
We gaan verder naar het Orchid Centre en hier schieten woorden te kort. Iedereen kent de orchideeën, maar wat je hier ziet slaat alles. De verschillende soorten, de exotische kleuren, prachtig.
Wij gaan verder naar de Bungsit rivier voor een picknick, maar van een picknick aan de oever van de Bungsit rivier komt niet veel terecht omdat door de hevige regenval in hooggebergte de rivier een wilde bruine stroom is geworden en niet uitnodigt om aan de oevers de picknick te houden.
We besluiten wel om over de hangbrug te lopen. Deze is alleen voor plaatselijk gebruik, dus niet direct geschikt voor toeristen. De brug hangt er een beetje scheef bij en ligt met zijn laagste deel niet veel hoger dan de aangezwollen rivier. Eén voor één gaan wij er over. Marina voorop. Met veel gillen begint ze de overtocht. Haar nieuwsgierigheid overwint de angst en zij loopt verder, met beide handen steun zoekend aan de reling. AaGee en ik volgen en je moet maar niet te veel naar beneden kijken, anders blijf je stokstijf staan.
De bedoeling was om aan de overkant te zijn aangekomen weer terug te keren, maar AaGee stelt voor om het dorpje in de buurt te bezoeken. Dat doen we, maar Marina en ik hebben ons niet goed gerealiseerd wat dit betekent.
Het pad er heen is smal, glad (veel regens), steil, dan weer diep. Wij vragen ons af waar we aan begonnen zijn, maar zetten toch door. Bij het dorpje, een paar huisjes op palen, ontmoeten wij de bewoners van deze huisjes.
Vriendelijke, glimlachende mensen. Ze verontschuldigen zich dat ze ons niets kunnen aanbieden! Veel kindertjes met grote zwarte oogjes. Na wat beleefdheden te hebben uitgewisseld aanvaarden wij de terugtocht. Het begint te regenen en de tocht terug over de hangbrug wordt er des te spannender op.
Na aankomst in Keningau, het centrum van de houtindustrie, hebben wij de avondmarkt bezocht. Wij waren erop voorbereid dat de overigens vriendelijke bevolking ons (meer Mar) gefascineerd zou aanstaren; ze zijn geen toeristen gewend.
Tijdens dit bezoek regende het pijpenstelen. Ik had een gele plastic poncho aangetrokken en Mar liep met de paraplu uit Holland. Wij hebben hele leuke dingen gezien en meegemaakt op deze markt, maar ook de plaatselijke bevolking heeft genoten. Wij hebben in het middenklasse hotel Perkasa in Keningau overnacht. Met volpension.
Donderdag 13 april 2000
In de morgen vertrokken wij naar Batu Gong. Hier hebben wij een rots die gevonden is op de rivierbodem gezien. Het bijzondere is dat de rots klinkt als een gong, wanneer er op een bepaalde manier op gespeeld wordt. Verder is aan deze rots een “verhaal” verbonden.
Vervolgens hebben wij een bezoek aan het Raffiesia Centre gebracht. Hier kregen wij informatie over de verspreiding en groei van deze grootste bloem ter wereld. De lunch hebben wij met de gids en de chauffeur gehad in een restaurant in de bergen met een bijzonder mooi uitzicht op het z.g. Middle Rainforest. Hierna zijn wij naar het Kinabalu National Park vertrokken.
Het Kinabalu National Park wordt gedomineerd door de berg Mount Kinabalu (4101 m) en is een paradijs voor natuurliefhebbers en bergbeklimmers. Het huisvest een uniek scala aan flora en fauna. Je vind hier talloze orchideeën-soorten, rododendrons en bekerplanten en met een beetje geluk de Rafflesia, de grootste bloem ter wereld.

Helaas bloeit deze slechts één keer per jaar. Ook het vogelleven is zeer divers. Kinabalu National Park wordt dan ook beschouwd als een park met een bijzonder compleet ecologisch systeem. Geurende twee nachten zijn wij in de Wildlife Mountain Lodge gebleven: schone, zeer sfeervolle chalets met eigen badkamer en verwarming.
Hier moeten wij afscheid nemen van Michael, hij krijgt een andere opdracht en moet morgenvroeg al weg. Hartelijk nemen wij afscheid en wij wensen elkaar het allerbeste.
Wij slapen in het Wildlife Mountain Lodge met volpension.

Vrijdag 14 april 2000
De volgende dag vroeg opgestaan en zijn toen van de Lodge naar het park gereden. Hier hebben wij eerst een stuk trail naar de top van de Mount Kinabalu gelopen. Het was niet ver, maar door het hoogte verschil voelden wij ons toch een beetje duizelig. Bij een waterval zijn we teruggekeerd.
Na een korte rustperiode hebben wij de eerste jungle trail gelopen. Het was inmiddels al 11.00 uur geworden en de zon brandde hevig, het was erg warm en zeer vochtig. De trail bestond uit een glibberig ruw pad met hoogte verschillen. Wortels van bomen die boven de grond uitsteken, boomstronken waar je overheen moet, hier en daar heb je wat houvast, maar alles wat je vasthoudt is nat en glibberig.
Maar als je stil staat en je ademhaling is weer tot rust gekomen dan hoor je het regenwoud. Het is vol met leven. Je hoort allerlei soorten vogel geluiden. De een nog mooier dan de andere. Regelmatig wijst de gids ons op bijzondere planten en bloemen. Hij laat ons orchideeën zien, niet van die grote, maar hele kleintjes. Zo groot als een speldenknop, dat is ook een orchidee.
Alhoewel het woud heel erg dicht begroeid is, je ziet de hemel niet, komt er toch voldoende zonlicht door de bladeren om alles goed te kunnen zien. In dit regenwoud, het High Rainforest, staan de hoogste bomen van de regenwouden: bijna 80 m hoog. De andere bomen zijn ca. 40 m hoog.
Wij zien bloemen die wij nog nooit hebben gezien, hele mooie en bijzondere. Na afloop van deze trail, die bijna 3 uur heeft geduurd, rusten wij op een nat grasveld even uit.
Nog voor de lunch maken wij een wandeling in een soort plantentuin midden in het Rainforest. Hier worden dus de bijzondere planten en bloemen gekweekt. Dit is werkelijk groots. De flora van dit gebied is erg indrukweekend. Verblijf: Wildlife Mountain Lodge – Volpension
Vrijdag 14 april 2000
De volgende dag vroeg opgestaan en zijn toen van de Lodge naar het park gereden. Hier hebben wij eerst een stuk trail naar de top van de Mount Kinabalu gelopen. Het was niet ver, maar door het hoogte verschil voelden wij ons toch een beetje duizelig. Bij een waterval zijn we teruggekeerd.
Na een korte rustperiode hebben wij de eerste jungle trail gelopen. Het was inmiddels al 11.00 uur geworden en de zon brandde hevig, het was erg warm en zeer vochtig. De trail bestond uit een glibberig ruw pad met hoogte verschillen. Wortels van bomen die boven de grond uitsteken, boomstronken waar je overheen moet, hier en daar heb je wat houvast, maar alles wat je vasthoudt is nat en glibberig.
Maar als je stil staat en je ademhaling is weer tot rust gekomen dan hoor je het regenwoud. Het is vol met leven. Je hoort allerlei soorten vogel geluiden. De een nog mooier dan de andere. Regelmatig wijst de gids ons op bijzondere planten en bloemen. Hij laat ons orchideeën zien, niet van die grote, maar hele kleintjes. Zo groot als een speldenknop, dat is ook een orchidee.
Alhoewel het woud heel erg dicht begroeid is, je ziet de hemel niet, komt er toch voldoende zonlicht door de bladeren om alles goed te kunnen zien. In dit regenwoud, het High Rainforest, staan de hoogste bomen van de regenwouden: bijna 80 m hoog. De andere bomen zijn ca. 40 m hoog. Wij zien bloemen die wij nog nooit hebben gezien, hele mooie en bijzondere.
Na afloop van deze trail, die bijna 3 uur heeft geduurd, rusten wij op een nat grasveld even uit.
Nog voor de lunch maken wij een wandeling in een soort plantentuin midden in het Rainforest. Hier worden dus de bijzondere planten en bloemen gekweekt. Dit is werkelijk groots. De flora van dit gebied is erg indrukwekkend. Verblijf: Wildlife Mountain Lodge – Volpension

Zaterdag 15 april 2000
’s Morgens hebben wij de transfer naar Poring Hot Springs, dat in het zuidelijk deel van het nationaal park ligt. Bij Poring Hot Springs komen koud water van de berg en mineraalrijk, warm water uit de grond, samen in baden. Je kan je hier heerlijk ontspannen in dit geneeskrachtige water. Je hebt er een groot bad om in te zwemmen en diverse kleinere baden die je zelf kan vullen met koud en warm water.
Maar we bezoeken eerst het Bird Park. Dit is een deel van het Rainforest waar zeldzame vogels leven. Deze kunnen niet wegvliegen omdat op de boomtoppen netten zijn gespannen. Het gebied is groot genoeg om de vogels voldoende ruimte te geven. Doordat wij voor het zien van vogels eigenlijk te laat op de dag zijn, de vogels houden zich tegen de hitte schuil, zien wij weinig vogels. Het pad waar wij oplopen is heel erg tot zeer drassig. Wij zakken af en toe flink in de modder en het onherroepelijke gebeurt. De gids heeft last van bloedzuigers.
Omslachtig probeert hij deze bloedzuiger van zijn huid met wat sigaretten as los te krijgen. Door de vocht lukt het hem niet om direct zijn sigaret aan te krijgen. Maar onze anti muggen spul brengt uitkomst: tegen een beetje alcohol kunnen de bloedzuigers niet. Ze laten zich los. Van dichtbij zien wij wat voor griezels dit zijn. Verder zijn ze niet gevaarlijk. Men zegt dat bloedzuigers alleen het slechte bloed uitzuigen. Hierna gebeurt het nog een paar keer dat de gids, hij loopt ook op open sandalen, last krijgt van deze beestjes. Wij kijken onze schoenen na en zien niets, dus een beetje opgelucht.
Hierna gaan wij naar de Hot Springs zelf. Het is drukte van belang, voor de plaatselijke bevolking is het vandaag een feestdag. De gids maakt voor ons een warm bad klaar en wij gaan genieten van het warme gezonde water. Op dat moment ziet Mar dat ze achter op haar been bloedt. Een bloedzuiger. Maar het beestje is niet te zien. Mar probeert met westerse middelen het bloeden te stoppen, maar dit lukt niet erg. De gids plukt ergens een blaadje van een struik, laat Mar er op kauwen en laat haar het geknakte blad op de plek waar het bloedt leggen en een beetje ermee over wrijven. Het bloeden stopt direct.
Ik stap uit het bad en iedereen loopt tegen mij te gebaren. Eindelijk is het mij duidelijk. Ik bloed ook. Ook een bloedzuiger. Ik keer mijn schoen om en daar valt het beestje er uit.
De wandeling over de 140 meter lange “canopywalk’, je loopt letterlijk tussen de boomtoppen van het regenwoud waar je op een hoogte van veertig meter een fenomenaal uitzicht op het jungleleven hebt, gaat niet door. De canopywalk is in onderhoud. Pech!
‘s-Middags hebben wij afscheid genomen van AeGee, wij worden voor de reis naar Sandakan overgedragen aan een andere gids. Het afscheid is hartelijk, maar toch voelen wij ons een beetje triest. Wij hebben met hem best een hele leuke tijd doorgebracht.
Van deze rit naar Sandankan is te melden, dat deze door het vlakke land gaat naar de oostkust. Onderweg valt niet veel te zien. Wij vallen zo nu en dan in slaap, zijn best moe. Onderweg zien we wel veel landverschuivingen. Door de heftige regenval en ontbossing schuiven hele stukken land de berg af en komen op de doorgaande weg. Veel oponthoud.
Laat in de middag komen wij in de Borneo Wing van het Renaissance hotel in Sandakan aan. Dit vijfsterrenhotel ligt enigszins buiten het centrum van Sandakan en is zeer luxe.
‘s-Avonds genieten we heerlijk van het buffet diner. Voordat wij gaan slapen maken wij nog de rugzakken met kleren voor 2 overnachtingen elders klaar. De rest van de bagage blijft achter in het kantoor van Wildlife Expeditions, onze touragent in Sabah.
Verblijf: Borneo Wing Renaissance Hotel Sandakan – Volpension.
Zondag 16 april 2000
Na het ontbijt vertrekken wij vroeg in een kleine groep naar de in de binnenlanden gelegen nederzetting Sukau. Onderweg hebben wij nog gestopt bij de Gomantong Caves. Deze kalksteengrotten zijn bekend om de eetbare vogelnestjes die de zwaluwen met hun speeksel maken, een Chinese delicatesse! Wij zijn de grot ingegaan, maar voor ons is dit eens maar nooit meer. Het werk van de mensen die de nestjes moeten “plukken” is heel erg zwaar. Het stinkt er, veel ongedierte, grote pissebedden. Je loopt op een glad plankier en als je mocht vallen dan val je in de guave, vogelstront!
De tocht vervolgt over onverharde wegen en na een lange rit komen wij aan bij de oever van de Kinabatangan-rivier, de grootste rivier van Sabah. Hier stappen wij over in snelle kleine bootjes en maken de overtocht naar de Sukau River Lodge.
De kleinschalige Sukau River Lodge, waar we gedurende twee nachten verblijven, ligt aan de Kinabatangan-rivier, midden in de jungle. Wij overnachten in een sfeervol en schoon chalet, voorzien van een eigen badkamer en een fan. Verder zijn er bij de chalets een eetzaal en veranda waar je een fascinerend uitzicht op de rivier hebt.
Het is een brede snel stromende rivier, bruin water, omzoomd door het Rainforest. Zover je oog reikt zie de rivier met het woud langs de rivieroevers.
Hier vind je de vreemd uitziende proboscis, oftewel neusapen. De mannetjes die alleen op Borneo voorkomen hebben een komisch afhangende neus. Aan hun reukorgaan hebben ze overigens de bijnaam ‘Dutch monkey’ te danken…
Ook langstaart- en kortstaartmakaken en andere aapsoorten zijn hier ruim vertegenwoordigd, evenals krokodillen, hagedissen, otters, ijsvogels en neushoornvogels. Tijdens ons verblijf hier hebben wij diverse boottochten over de Kinabatangan-rivier gemaakt.
In de middag (16.30 uur) hebben wij de eerste tocht over een van de zijrivieren van de Kinabatangan rivier gemaakt. Wij zijn in een kleine motorboot gestapt en de rivier opgegaan. Langzaam vaart het bootje de rivier op, totdat de gids een teken geeft, de motor stopt, het bootje ligt stil. De gids wijst naar het oerwoud. Apen! Wij zien niets, alleen maar veel groen en nog eens groen. Maar als je ogen hieraan gewend zijn dan zie je het. Inderdaad een groep apen, kortstaart- en langstaart-makaken maken zich klaar voor de nacht. De makakaken komen tegen het vallen van de avond naar de rivier oevers, zoeken in een boom een slaapplaats op en slapen dan met hun gezicht naar het oerwoud. Ze kunnen zo hun belagers zien aankomen, van de rivierzijde is niets te vrezen, als ze maar hoog genoeg in bomen zitten. Anders wil een krokodil nog iets doen. Het blijft niet bij deze ene groep, wij zien meerdere, op een afstand van een paar meter. Dat deze twee soorten apen ongehinderd met elkaar leven komt doordat de een het voedsel van de andere niet kan hebben. De een eet zoete bananen waar de andere er bijna dood aan gaat. Ook zien we een slang, gekronkeld over tak die over de rivier hangt en waar wij onder varen. Ook zien wij nog een familie neusapen.

Maandag 17 april 2000
Wij gaan naar de nabij gelegen Oxbow Lakes. Deze twee meren hebben de vorm van een gekromde ossenhoorn en zijn begroeid met waterhyacinten. Deze meren zijn eigenlijk de rivierloop geweest, maar doordat de rivier eigenzinnig de bocht afsnijdt en een nieuwe weg begint, blijft er een meer over.
Dit gebied is de woonplaats van otters, vogels, vissen, apen, arenden, orang oetans, krokodillen en mieren. In twee bootjes gaan we vroeg de rivier op en genieten van de ochtend rust die schijnbaar aan de oevers van de rivier heerst.
We varen over de meren en zien diverse soorten vogels, ook roofvogels. De vogels hebben een bijzonder gekleurde verentooi, heel mooi.
Na een koffie-break, ja de gidsen hebben koffie en koekjes meegenomen, maken we een junglewandeling door de ongerepte natuur. Het regenwoud aan de rivier is beduidend vochtiger en moerassiger dan in de binnenlanden.
De vegetatie is er minder dicht en hoog, waardoor het beter doordringbaar is. Het pad is door de vele regens niet alleen erg drassig, maar ook onzichtbaar. De gids moet meer keren even rondkijken om te ontdekken waar we zijn. Vertelt dan nog laconiek dat nog niet zo lang geleden een ervaren gids is verdwaald en pas na uren de rivieroever weer kon vinden. Tegen de bloedzuigers hebben wij over onze kousen een soort linnen schoen aangetrokken waar je de pijpen van je lange broek insteekt en dichtbind. Met deze “over-kous” ga je pas in de schoenen.
De gids, Josef, loopt zonder sokken in een korte broek op waterlaarzen. Prompt heeft hij een paar bloedzuigers. Deze bevinden zich niet alleen op de grond, maar hangen ook aan de lage struiken. Als je er langs loopt kleven ze zich aan je vast, laten zich vallen en vallen dan zo in je laars. De trip is vermoeiend maar ik had het voor geld willen missen. Warm, alles kleeft, benauwd, drassig, struikelend over uitstekende boomwortels. Wij zien meerdere bomen van zo’n 30 – 40 meter hoog die helemaal omstrengeld zijn door een andere plant. Een wurg-liaan. Deze plant, een soort parasiet, komt mee met de uitwerpselen van een vogel die boven op de hoogste bladeren van de boom komen te liggen. Het zaadje, dat is wat meekomt, ontkiemt zich boven in de boom en gaat als een soort liaan naar de bodem. Dus 30 – 40 meter naar beneden. Beneden aangekomen wortelt het zich razend snel en er ontstaan diverse takken die als een idioot zich om de bestaande boom naar boven werken. Bij dit proces wordt de bestaande boom als het ware gekneveld en sterft af. De parasiet gebruikt de boom dus als en soort ladder.
Mar die niet meegaat met de track, gaat met Gilbert, onze gids en Valentine, een stagemedewerker van Wildlife, een boot tocht maken. Hier ziet ze op korte afstand een paar krokodillen en nog meer waterdieren. Voor haar een bijzondere ervaring.
Tegen lunchtijd zijn wij terug in de River Lodge en gaan na de lunch een uurtje “plat”. Laat in de middag maken wij met Gilbert en Valentine een boottochtje over een van de zijrivieren van Kinabatangan-rivier. Net als de dag ervoor zien weer de makaken en de neusapen. Zien ook de bijzondere neushoornvogels met hun karakteristieke gekleurde neus.
Op een tak van een in het water gevallen boom ligt een wilde hagedis (bijna 2 meter lang) zich te warmen in de zon. Wij varen er langzaam onderdoor en spreken af om goed op te letten als we terugvaren. Visetende vogels die het water induiken opzoek naar hun prooi en naar ons gevoel te lang onderblijven. Omdat wij op dat ogenblik de enigste boot zijn op de rivier schrikken de dieren niet zo en wij zien heel veel apen, neusapen, zien veel vogels. Wij blijven een hele tijd in het bootje kijken naar een groep vrijgezellen neusapen. De boys maken een hoop herrie, er wordt wat indruk op elkaar gemaakt. Iets verderop in een andere boom zit een hele familie neusapen. Het dominante mannetje heeft zich strategisch opgesteld en een ieder maakt zich klaar voor de nacht. Het dreigt te regenen en we zeggen vaarwel tegen de apen en weten dat dit deel van Sabah nog maar alleen in onze herinnering zal voortbestaan.
Verblijf: Sukau River Lodge – volpension
Dinsdag 18 april 2000
Heel vroeg in de ochtend aanvaarden wij de terug tocht naar het hotel in Sandakan. Hier ontbijten we, nemen een koffer mee en gaan dan verder naar de haven voor de overtocht naar het eiland Libaran, onderdeel van het beschermde natuurgebied Turtle Islands Marine Park voor de kust van Sandakan.
De tocht naar dit eiland gaat in een bootje voor 8 personen en gaat met een noodvaart. De boot heeft 2 buitenboordmotoren die op volle toeren draaien. De plecht van de boot komt dan ook vrij van het water. Onderweg kunnen we het waterdorp, alle huizen staan op palen in de zee, heel goed zien.

Op het eiland aangekomen krijgen wij een welkomstdrankje en na een uurtje beginnen wij aan de lunch. Alle lunches die wij tot nu toe hebben gehad bestonden uit warm eten. De rijst was niet altijd gewoon gekookt, maar meestal was er iets in verwerkt. De Nasi Lemak (onze nasi gurig) is bijzonder lekker. Dessert is er ook altijd, maar wij nemen meestal verse papaya.
Libaran is een heel klein eilandje waar ca. 200 mensen in eenvoudige houten huisjes wonen. Er lopen wat katten en honden rond. Op dit eiland staan op het strand enige chalets. Van nipa palmbladeren opgetrokken huisjes, voorzien van licht, warm en koud water. Twee bedden met klamboe en fan. Verder nog een douche gelegenheid en toilet. Dus compleet. Wij overnachten een avond hier en gaan dan de volgende dag naar Selingan, het Turtle Island.
Het lijkt wel Bounty Paradise. De chalets vrijstaand, uitzicht op een blauw groene zee, een paar stappen en je bent zo uit je chalet in zee. Wij gaan nog even het strand op, maar veel tijd hebben we niet. In de late namiddag maken wij een boottocht naar mangrovebossen op het vaste land. Deze mangrove bossen liggen in een inham van de zee. Het water wat er staat is brak water, wordt wel enigszins beïnvloed door het getij. In eerste instantie maakt dit mangrovebos een bizarre indruk. De lange wortels die in het water steken geven iets onwerkelijks aan. Hier groeit de Nipa palm in grote getale. De bladeren worden gebruikt voor het bouwen van hutten, wanden en daken. De steel met de bladeren eraan wordt wel 4 meter hoog. Op de drooggevallen oevers zien we kleine krabben, bijzonder van kleur. Paars met geel, een kleurcombinatie die heel mooi en bijzonder is. We zien ook moddervissen, voor de Chinezen een lekkernij. Ook krijgen we een wilde hagedis te zien, zwemmend in het water. Op de terugtocht krijgen wij het grootste beest op deze trip te zien. Aan de oever ontdekt de gids een wilde hagedis. Zo zwemmend in het water blijkt het een grote te zijn. Op afstand volgt het bootje het dier, totdat de hagedis in een kleine inham aan land gaat. Dan zien we pas hoe groot dit beest is. De schattingen liggen tussen de 3 en 4 meter! Als je dit beest op zijn poten ziet staan, dan denk je aan een kleine uitvoering van de Komodo varaan (Lombok, Ind.) . Dit beest wil je niet tegen komen. Iets verder zien we een paar, iets kleinere hagedissen bij het water en op een boomstronk. Een probeert de rivier over te zwemmen en het bootje gaat er achteraan.
Op een afstand van enige meter zien we de hagedis in het water zwemmen, met van die geniepige oogjes. Als de hagedis merkt dat hij de race met het bootje verliest duikt hij onder. Verderop zien wij 2 aapjes met een gestolen zak met groenten. Hier hebben vissers een klein onderkomen gebouwd en daar hebben de aapjes hun slag geslagen. Het is vertederend als je ziet hoe de aapjes proberen, angstig om zich heenkijkend, zoveel mogelijk eten uit de zak te krijgen. Ook deze tocht is zeer de moeite waard gebleken.
Het avondeten was altijd een gezellige bezigheid. Valentine was dus altijd onze tafelgenoot. Gilbert, de gids, mocht niet met ons aan tafel. Kwam na afloop zo af en toe er wel bij. Na het diner zijn wij met de zaklantaarn naar het chalet gegaan. Op het terrein is niet veel verlichting, op de verkeerde plaats, maar we vinden het chalet. Als we binnen zijn huppelt er iets in de chalet rond. Het blijkt een kikker te zijn en niet een kleintje. De kikker wegjagen heeft geen zin, want het blijkt dat er in de nipapalm wanden nogal wat gaten zijn. Dus de kikker mag blijven.
Mar vindt de bedden klein en moet dus proberen een beetje schuin te liggen. Na enig geworstel met de klamboe proberen we te slapen. Als we bijna in slaap vallen begint het ongelofelijk te onweren. Heel harde donderslagen, ik vermoed het onweer niet ver in zee. Dan begint het heel hard te regenen, een tropische regenbui. De volgende ochtend blijkt dat de chalet een klein beetje onderwater heeft gestaan, hier en daar liggen nog plassen water.
Verblijf: strand chalet gebouwd van nipapalm – volpension.

Na de lunch varen we 10 minuten met de speedboot naar het eiland Selingan, het Turtle Island. Na het avondeten waarschuwt een Ranger dat wij naar het strand toe moeten komen. Daar zien we een Hawkbill schildpad, bijna 1 meter in diameter, haar eieren in een gat op het strand leggen.
Woensdag 19 april 2000
Voor het ontbijt vraagt de manager van de chalets of wij trek hebben in een verse jonge kokos. Nou dat willen wij wel en een jongen die deze kokosvruchten toch aan plukken is krijgt opdracht twee jonge vruchten te plukken. Deze gaan de ijskast in en met de lunch zullen ze serveert worden.
Na het ontbijt maken we met Gilbert en Valentine een wandeling over het eiland. We zien de huizen van de bewoners, praten met een paar en zien veel “hello” zeggende kindertjes. We komen bij een school en mogen naar binnen kijken. Allemaal die zwarte oogjes!
Bij de lunch krijgen wij inderdaad de kokosvruchten. Heerlijk koel en de smaak is goed. Het heeft een bijzondere smaak, niet gemakkelijk te vergelijken. We lepelen het jonge vruchtvlees eruit en eten dit op. Heerlijk.
Het is pikkedonker, alleen de Ranger houdt zo zijn zaklantaarn aan zodat de schildpad er geen last van heeft. Wij mogen de zaklantaarns niet gebruiken. Je mag ook niet fotograferen.
De eieren worden door de Rangers verzameld en verder op het eiland weer in het zand begraven. Dit moet binnen een uur gebeuren, anders koelen de eieren te sterk af.
De moeder schildpad sluit instinctmatig het gat waar dus geen eieren meer in liggen. Voor de statistiek wordt de schildpad gemeten en de eieren worden geteld. 89 stuks. De Rangers graven deze uit en brengen ze naar de broedplaats. Ieder nest wordt geregistreerd en in het zand begraven, omgeven door gaas, zodat de eieren in een veilige omgeving uit kunnen komen. De eieren worden zo beschermd tegen natuurlijke vijanden als ratten, varanen én de mens. Hij legt de eieren erin en 90 dagen later komen hier de kleine schildpadkindjes uit. Wij mogen wat jonge net geboren schildpadjes bekijken en in de hand houden. Dan gaat het richting strand om de kleintjes los te laten in zee. Maar dan begint het te regen en niet een klein beetje, maar met bakken komt het neer. Doorweekt gaan we verder, niemand wil dit schouwspel missen. Op het strand worden de kleintjes aan de waterkant losgelaten en met armen en benen spartelend zoeken ze hun weg naar zee om, als ze geluk hebben en in leven blijven, na een paar jaar op dit zelfde strand terug te keren om dan hun eieren te leggen. We nemen vertederend afscheid van de schilpadden, morgen vertrekken we weer.
Verblijf: eenvoudig chalet op Selingan – volpension.

Donderdag 20 april 2000
Wij staan vandaag heel vroeg op, hebben niet op Selingan ontbeten, maar zullen in het hotel in Sandakan ontbijten.
Om 06.00 uur zitten wij al in de speedboot op weg naar Sandakan. Het dreigt te regenen en de lucht vertoont donkere dreigende wolken. Als we een half uur onderweg zijn en achterom kijken dan zien wij de regenbui achter ons. Een pak donkere wolken en de regen die eruit valt. Na een uurtje varen zijn wij terug in Sandakan op weg naar het hotel om te ontbijten.
Na het ontbijt maken een en half uur durende bustocht naar Sepilok. Het Orang Utan Reserve. Hier leven orang utans die heropgevoed worden om naar de wildernis te kunnen terugkeren. De oran utans die hier nog niet toe in staat zijn komen iedere morgen naar de voederplaats.
Hier leggen de Rangers dan iedere dag bananen en een bak met melk. Iedere dag het zelfde voedsel, net zo lang totdat de orang utan dit niet meer wil eten en dan zelf op zoek gaat naar eigen voedsel. Dan komt de orang utan niet meer terug naar de voederplaats.
Het is vertederend een moeder orang utan met een baby-tje zien. Deze beesten kijken zo triest uit hun ogen, zou het hun lot zijn? Opeens verschijnt achter het publiek een orang utan, een nogal grote. Hij heeft de achteringang genomen en wil naar de voederplaats en banjert gewoon door de mensenmassa.
Ik wil een foto maken en de orang utan komt recht op me af. Ik heb de foto genomen, maar of die gelukt is, in de haast? Na het eten verdwijnen de orang utans in het woud. Ze maken nog wat capriolen om het publiek als het ware te bedanken voor de aandacht en zijn verdwenen.
Terug in het hotel checken we voor de tweede maal in, we blijven de nacht hier over.
Na de lunch maken wij met de gids en nog wat andere gasten een rondrit door Sandakan. Sandakan is het belangrijkste centrum voor palmolie en houtindustrie en visvangst van Sabah.
Wij bezoeken het paaldorp Buli Sim. Hier staan alle huizen op palen in de zee. De verbindingen worden gevormd door houtenloopplanken. Er zijn huizen die heel luxe ingericht, met een terras met plavuizen. Veel bewoners hebben potten met orchideeën, hele mooie.
Wij nemen een kijkje in het observatiepaviljoen en bezoeken daarna de Central Market, waar een scala aan groenten en fruit, sarongs, kruiden en rijstproducten wordt aangeboden. Daarna bezoeken we een kleurrijke Chinese tempel.
In de avond zijn we met Gilbert, de gids en Valentine als afscheid van de gids en van Wildlife Expitidions in een chinees restaurant wezen eten. Wij hebben “Steamboat” gegeten: een Thaise bouillonsoep waar diverse soorten vis, vlees, vogeleieren etc. als een fondue in gedaan moeten worden. Er kwamen ook groeten en mie bij. Heel lekker, heel heet, een gezellig afscheidsdiner. Van Gilbert hebben we afscheid moeten nemen. Veel gelachen met hem. Wij hopen dat hij zijn ware leven zal kunnen leiden, Gilbert is een “schatje”.
Verblijf: Borneo Wing Renaissance Hotel Sandakan – volpension
Vrijdag 21 april 2000
Vandaag hebben wij tot 16.00 uur een vrije dag. Na het ontbijt hebben wij een taxi naar de Central Market genomen en zijn nog over deze kleurrijke markt gegaan. De vis afdeling was heel spectaculair. Manden vol met verse vis werd naar binnen gesjouwd en op ijs gezet. Handelaren, hotels, restaurants die kopen hier de vis.
Ik ben nog even naar een Cybercafe geweest en hebben daarna van Sandakan afscheid genomen.
Ook van Valentine hebben wij afscheid genomen. Hij gaat met een vlucht eerder naar Kota Kinabalu om zich op het hoofdkantoor van Wildlife Expeditions te melden. Hij krijgt dan een office job op het kantoor in Tawau, aan de oostkust onder Sandakan, waar hij vandaan komt. Wij wensen hem het allerbeste en beloven emails te zullen uitwisselen (dit hebben wij ook AaGee beloofd). Wij hebben met Valentine veel serieuze gesprekken gevoerd.
Om 16.00 uur zouden wij voor de transfer naar het vliegveld van Sandakan worden opgehaald. Wij worden bijna vergeten en 15 minuten later zitten wij in een taxi met grote spoed op weg naar het vliegveld. Hier blijkt, dat vanwege hevige regenval in Kota Kinabalu, waar we naartoe moeten, veel vluchten zijn uitgevallen. Ook onze vlucht is uitgevallen. We worden op de wachtlijst voor de volgende vlucht geplaatst, maar weten al dat wij voor de aansluitende vlucht naar Kuching te laat komen. Niets aan te doen en maar zien hoe het verder gaat als we in Kota Kinabalu zijn.
Uiteindelijk vertrekken we dan en als wij aankomen om iets te regelen zien wij AeGee. Hij komt nieuwe gasten ophalen. Het weerzien is heel hartelijk en bijna ontroerend. Wij leggen hem uit wat er aan de hand is en hij besluit ons te helpen. Ik ga proberen iets te regelen en Mar en AeGee blijven op de bagage wachten. Ik probeer een Transfer balie te vinden, maar doordat er verbouwingen aan de gang zijn is het een kleine chaos. Ik vind er een, moet wel door de douane en immigratie, maar na veel vijven en zessen mag ik doorlopen. Mar weet niet waar ik nu ben.
Bij de Transfer balie krijg ik vouchers voor transport en voor een hotel in Kota Kinabalu. Mar en AeGee zijn op zoek naar mij, vinden mij, maar mogen niet door de douane. Ik moet dus omlopen en eindelijk zijn wij zo ver (met hulp van AeGee) dat wij in de taxi kunnen stappen. Nogmaals ontroerend afscheid van AaGee genomen. In het hotel hebben wij het bad laten vollopen en hebben zo geprobeerd onze vermoeidheid een beetje af te weken. Hebben hier gegeten en zijn vroeg naar bed gegaan. Wij hebben nog met het hotel in Kuching en de touroperator daar moeten bellen om te zeggen dat we een dag later aankomen. Om 06.00 uur zouden wij de volgende ochtend weer worden opgehaald. Verblijf: Karamansung Hotel Kota Kinabalu – volpension
Zaterdag 22 april 2000
Wij komen op tijd aan in Kuching en zien de chauffeur die ons moet ophalen. Hij brengt ons naar Hilton Kuching en verteld onderweg nog waar wij bepaalde dingen moeten gaan kijken. Bij het inchecken regelen wij nog een heel vroeg ontbijt op de kamer. Als wij in de kamer komen, 9e etage, dan zijn wij verrast over het uitzicht.
Wij kijken uit over de Sarawak River die zich buigt om de stad Kuching. Een heel mooi uitzicht. We laten de boel de boel en gaan op pad. Lopen langs de rivier, ik eet nog even wat en voordat we het weten lopen wij de Chinese wijk in. Een rommelige winkelstraat met allerlei winkels. Een hoop volk op de been, maar gezellig. Mar moet bananen hebben en daarvoor lopen wij naar de markt. Groentewinkels kennen ze daar niet, alles is op de markt te koop. Groenten, vlees, fruit, levende have etc.
We gaan terug naar de rivier en zien een Cybercafe. Mar blijft buiten in de zon zitten, ik ga naar binnen. Hierna gaan wij naar de Open Market, een verzameling eethuisjes. We nemen gegrilde vis met rijst en wat groenten. Dit is weer lekker eten.
In de late namiddag zijn we met de taxi naar de Tamu of Sunday Market gegaan. In veel plaatsen wordt een tamu gehouden. Dit is een zondagsmarkt die eigenlijk al op zaterdagavond begint en tot diep in de nacht voortduurt, dus niet op zondag, zoals je wellicht zou denken. De tamu is door de Engelsen geintroduceerd. In de tijd dat de verschillende stammen met elkaar nog op voet van oorlog leefden, hebben de Engelsen de stammen gedwongen om op zondag op het grote plein in de stad bij elkaar te komen. Het doel was de contacten te bevorderen en zo de stamoorlogen te verbannen. De stammen begonnen diverse producten met elkaar uit te wisselen en zo is van lieverlee de tamu omgetoverd tot een markt voor heel verschillende producten. Je kan er niet alleen eten, wordt klaargemaakt terwijl je staat te kijken, maar ook vlees, kip, vis, veel gedroogde vis is te koop.
Wat is eigenlijk niet te koop? Stalletjes met tropisch gekleurde drankjes (wij blijven hiervan af gezien het gebruikte water). Ook een paar stalletjes met orchideeënplanten. Voor een paar centen heb je een grote bloeiende orchidee. Meenemen?

De drukte en hoeveelheid overdonderd ons enigszins en wij besluiten de markt te verlaten en wat restaurantjes op te zoeken. Wij gaan bij een Chinees naar binnen. Waarom? Omdat wij zien dat ze hier zuurzak hebben. Met veel gebaren (er wordt slecht Engels gesproken) maken wij duidelijk dat we een zuurzak vrucht willen kopen en of zij het willen klaarmaken.
Eindelijk is het hen duidelijk. Wij gaan zitten en wachten af. Intussen bestellen wij thé-o-kosong, dit is alleen thee, dus geen suiker en geen melk erin. Als je gewoon thee bestelt, dan krijg je dus een soepkom van dat bruine spul! Zuurzak is een vrucht met vruchtvlees met kleine pitjes. Om deze pitjes zit het vruchtvlees wat heerlijk is. Je moet dus de vrucht schillen en de pitjes eruit drukken, dan hou je het lekkere vruchtvlees over. De Chinezen weten dit niet, dus we krijgen de zuurzak in plakken gesneden op een bord. Niet getreurd, dan maar zelf de pitjes eruit drukken.
Heerlijk gegeten, kosten? Omgerekend nog geen 1 gulden. Omdat het ons wel bevalt bij deze Chinees besluiten we om Wanton soep te nemen. Hierover ontstaat ook het nodige, maar eindelijk begrijpt iemand wat we willen. En dan is het zo: O, willen jullie Wanton soep, zeg dat dan, je krijgt het zo! Wij hebben in Nederland veel wanton soep gegeten, maar deze slaat wel alles. Eigenlijk willen we nog meer, andere gerechten eten, maar de soep was te veel dat we besluiten wijs te zijn. Jammer. Tegen 23.00 uur gaan we met de taxi terug naar Hilton, genieten nog van het uitzicht op de Sarawak rivier en gaan slapen. Slapen onrustig en worden om 04.00 uur gewekt door Roomservice, het ontbijt. Wij ontbijten met uitzicht op de Sarawak rivier en beloven ons zelf eens terug te keren naar Kuching (kuching betekent poes en overal in de stad zien we standbeelden van poezen).
Om 05.45 uur staat onze Chinese chauffeur van Singai Travel klaar om ons naar het vliegveld te brengen voor onze vlucht naar Kuala Lumpur. Bye Kuching! Verblijf: Hilton Kuching – ontbijt
Zondag 23 april 2000 – donderdag 27 april 2000
Om 07.00 uur vertrekken we met MH 2525 naar Kuala Lumpur en komen er om 08.40 uur aan. Onze connecting flight is om 10.15 uur, wij hebben dus nog de tijd om iets te eten. Ons vlucht met MH 1326 naar Kuala Terengganu gaat op tijd weg en om 11.00 uur landen wij op het vliegveld van Terengganu, een middel grote plaats aan de oostkust, aan de Zuid-Chinese Zee. Wij ontmoeten de medewerker van Marang Resort & Safaris voor transfer naar het resort. Wij blijven hier 5 nachten.
Dit resort, gedeeltelijk gebouwd op het strand en deels in het mangrovebos, ligt een beetje ver van de bewoonde wereld. De chalets op het strand, wij hebben er een, hebben een overdekte veranda met een fantastisch uitzicht op de Zuid Chinese zee. Met 20 stappen ben je bij de blauwheldere zee. Het water is warm, heerlijk.
De faciliteiten van het resort, restaurant, receptie, zijn op ca. 6 minuten lopen van het chalet. Wij kunnen ook een buggy nemen, maar besluiten te lopen. Het deel wat in het mangrovebos staat heeft planken loopbruggen en deze lopen als het ware boven het water. Bepaalde delen zijn met houtenbruggen met elkaar verbonden. Bij één van de bruggen komen we een apen familie tegen. Of er niets aan de hand is gaan ze gewoon door met het zoeken van voedsel. Als wij dichterbij komen springen ze het bos in, maar kijken ons verveeld aan. Zo van: wat doen jullie hier?
We zien ook veel spinnen, hagedissen en een apen familie rooft onze vergeten appel op de veranda. Bijna iedere middag krijgen wij bezoek van een wilde eekhoorn.
Wij hebben Terengganu en Marang bezocht. Terengganu is 40 minuten rijden met de taxi, Marang is iets dichterbij. Aan beide plaatsen vinden wij niet veel aan. In Marang ben ik nog voor de laatste keer naar een Cybercafe geweest.
Verblijf: Marang Resort & Safaris – ontbijt

Vrijdag 28 april 2000
Na het ontbijt luieren wij bij het chalet en de zee. In zee zien wij vanuit het chalet iets bijzonders. Grote school vissen, dit zie je aan de rimpels op het water. Het verplaatst constant. Na de lunch proberen wij nog te slapen, maar het lukt niet goed. We weten dat we vertrekken.
Tegen half vijf worden wij opgehaald voor de transfer naar het vliegveld van Kuala Terengganu en vliegen om 18.20 uur met MH 1335 naar Kuala Lumpur, hier komen wij om 19.10 uur aan.
Om 23.25 uur vertrekken met MH 16 naar Amsterdam.
Vaarwel Malaysia!
Verblijf: Marang Resort & Safaris – ontbijt

De reis is georganiseerd door Talismanreizen (Dordrecht).